DE TRADITIE VOORTZETTEN .

Als iemand in de jaren '50 had durven beweren dat Volkswagen ooit een bedrijfswagen zou bouwen met voorin geplaatste motor en achterwielaandrijving was hij voor gek verklaard.
Het succes van Volkswagen was immers gefundeerd op het beproefde concept van een achterin geplaatste luchtgekoelde motor, die de achterwielen aandreef.
Van een VW Bus met voorin geplaatste motor en voorwielaandrijving had niemand durven dromen!
Begin jaren '70 begon dat te veranderen en VW kreeg uit alle hoeken geduchte concurrentie te verwerken.
De VW Bus kon het opnemen tegen de meeste andere merken die een lichte bestelwagen op de markt brachten, maar VW had geen inbreng op het marktsegment van de lichte vrachtwagens, maar het duurde niet lang of VW had zijn antwoord klaar: De LT "Licht Transport".
De in april 1975 gelanceerde reeks was opgebouwd uit 3 basismodellen: de LT 28, LT 31 en LT 35. De Type aanduiding gaf het laadvermogen aan 2,8 , 3,1 en 3,5 ton.Van elk model werden door de fabriek 3 uitvoeringen gebouwd: gesloten bestelwagen, pick-up met neerklapbare zijkleppen en met kaal chassis dat door carrosseriebouwers van buitenaf kon worden ingevuld. Voor de 1e keer besloot VW geen combi-uitvoering te bouwen - dat werd aanvankelijk overgelaten aan andere ondernemingen.
In het begin had men de keuze uit 2 krachtbronnen: een 2liter benzine motor van 75 pk en een 2.7liter-dieselmotor van 65 pk, die door het Engelse Perkins was ontwikkeld.
De LT sloeg vanaf het begin goed aan en in de loop der jaren werd de motorkeuze uitgebreid; er kon ook gekozen worden voor een andere wielbasis.